2012

Ras belicht

Engelse cocker spaniel

De Engelse cocker spaniel, die zijn oorsprong heeft in Engeland, is een vrolijke opgewekte hond. Het is een van oorsprong wild opstotend en apporterende hond. Tegenwoordig wordt hij vrijwel uitsluitend als huishond gebruikt; wat hem uitstekend afgaat.

Het is een hond met een hoog activiteitsniveau, zowel binnen als buiten. Het is handig deze hond van pup af aan te leren dat hij ook zijn rust neemt. Hij moet daarin tegen zichzelf beschermd worden. Een bench kan daarin een goed hulpmiddel zijn. Zeker ook omdat hij graag de hele dag achter je aan loopt en ook moet leren weleens alleen te zijn. Het is een hond die voor veel activiteiten geschikt is vooral als het om snelheid gaat zoals behendigheid, flyball of dog frisbee. Het zijn geen supersnelle leerlingen en ze hebben een gemiddelde gehoorzaamheid. Ze hebben redelijk veel beweging nodig en kunnen dan ook moeiteloos mee op lange wandelingen. Over het algemeen zwemt hij graag.

De Engelse cocker spaniel gaat in de regel goed met andere dieren om. Voor zeer kleine kinderenzijn ze soms iets te onstuimig.

 

Shih Tzu

De kleine Shih Tzu behoort tot rasgroep 9: de gezelschapshonden. Deze honden zijn louter en alleen gefokt om de mens gezelschap te houden. Vermoedelijk is het van oorsprong een kruising tussen het leeuwhondje uit Tibet, de Apso, en de leeuwhond aan het hof van China (Pekingees). Pas in 1934 werd besloten dat de honden met hoge benen en lange snuit de naam Lhasa Apsokregen en die met korte benen en kleine snuit, Shih Tzu.

Zoals het hoort bij een gezelschapshond is de Shih tolerant naar mensen. Wel kan hij soms watgereserveerd zijn. De hond is zowel binnen als buiten actief en heeft gemiddelde beweging nodig. Het is wel een echte hond en dient dus niet als een veredeld speelgoed te worden behandeld. Hij leert snel en kan erg zelfstandig zijn.

Met andere honden gaat de Shih in de regel goed om. Wanneer hij goed gesocialiseerd is (en dus niet is opgepakt bij benadering door grote honden) is hij open en sociaal. De Shih heeft een grootaanpassingsvermogen en gaat graag overal mee naar toe. Hij kan niet zo goed alleen thuis blijven.

De Shih is geschikt als gezelschapshond maar ook tijdens gehoorzaamheid zal hij geen gek figuur slaan. Hij is waaks en niet geschikt voor erg jonge kinderen. Hij wordt gemiddeld 11 tot 14 jaar oud.

 

Rottweiler

De geschiedenis van de Rottweiler gaat terug tot de 8e eeuw. Nederzetting in Zuid-Duitsland kregen de naam Rote Wil wat later Rottweil werd. Kuddes runderen - gedreven door grote, sterke honden - kwamen daarheen om verhandeld te worden.

De Rottweiler, van oorsprong dus een drijver, had daarbij de taak de portemonnee van de eigenaar te bewaken op veilingen. Een taak die hem ook goed afging.

Met de verandering van veetransport, verdween ook de Rottweiler als drijver. Hij kreeg een andere taak namelijk die van politiehond en blindengeleidehond. Rond 1900 werd het ras officieel erkend als diensthond.

De Rottweiler is geen makkelijke hond. Hij heeft een rustige baas nodig met voldoende overwicht. Hij heeft een behoorlijke bewakingsdrift en een grote mate van zelfstandigheid. Het is beslist geen allemansvriend maar in aanwezigheid van de baas is hij vriendelijk naar vreemden.

De Rottweiler heeft de eigenschap mensen op eigen territorium toe te laten om dan vervolgens de uitgang te versperren: je mag erin maar er nooit meer uit. Opmerkelijk is dat reuen een erg dominante houding aan kunnen nemen, veel meer dan teven.

Zoals bij alle rassen is er een verschil in reuen en teven maar bij de Rottweiler is dit in ruime mate aanwezig. Teven zijn veel makkelijker te hanteren, toleranter naar andere honden en is alles veel gematigder.

De Rottweiler heeft een gemiddelde beweging nodig, weinig verzorging en kan goed gehoorzaam zijn. In de regel is hij redelijk tot slecht in de omgang met andere honden en matig in de omgang met kinderen. Hij waakt uitstekend en is redelijk, maar steeds minder, geschikt voor africhting.

De aanvankelijk hoge prikkeldrempel is met de komst van zijn populariteit voor de africhting verlaagt. Mede hierdoor heeft hij jaren geleden op de nominatie gestaan om verboden te worden.

Liefhebbers van dit ras hebben, door het stellen van zwaardere eisen ten aanzien van de fok, zijn toegenomen scherpte - die hij niet hoort te hebben - weer tot een minimum terug weten te brengen. De Rottweiler is een hond voor gevorderden.

 

(Parson) Jack Russell terrier

De Jack Russell terrier (echt met twee ellen) is wellicht de meeste bekende van alle terrier-rassen. In ieder geval de populairste. Deze hond dankt zijn naam aan Parson John Russell (die de bijnaam Jack had) en de grondlegger is voor het ontstaan van dit ras, Parson Jack Russell terrier, dehoogbenige variant van de huidige Jack Russell. De basis voor de Parson Jack Russell ligt bij de ruwharige Foxterrier. Later is door het inkruisen van de Bull terrier de nu zo populaire kortbenigevariant ontstaan die Jack Russell terrier wordt genoemd iets waar Parson John zich altijd tegen verzet heeft omdat hierdoor de honden te fel werden en eerder met elkaar in gevecht gingen wat niet wenselijk is voor meutehonden. Na zijn dood in 1883 werd steeds meer de nadruk gelegd op de kortbenigen en ook de overwegend witte kleur verdween onder steeds meer vlekken.

De Jack is gefokt als jachthond ook voor werk onder de grond (terrier=terra=grond). De Jack heeft dus twee passies waar terdege rekening mee gehouden moet worden: jagen en graven. Ratten en muizen hebben weinig kans met een goede Jack in de buurt. De grote fout die veel mensen maken bij de aanschaf van deze hond is de verwachting een schoothond in huis te halen. Hij is dan ook niet geschikt voor truttige opvoeders en koetsjie-koetsjie mensen. Ook zijn kleine formaat doet vermoeden dat hij weinig beweging nodig heeft. Dat is pertinent onjuist. De Jack heeft een zeer hoog activiteitsniveau, zowel binnen als buiten en is haast onvermoeibaar. Het wordt echt een achter-het-behang-plakkertje als hij geen uiting kan geven aan zijn energie. Ook als je erg gesteld bent op een prachtig onderhouden tuin met strak gazon, is de Jack geen geschikte hond voor je.

De Jack heeft een hoog probleemoplossend vermogen en kan zijn energie dus ook goed kwijt in denk- of zoekspelletjes. Hij is zeer waaks en heeft een ego om u tegen te zeggen; hij zal het daarom onbevreesd opnemen tegen honden die vele malen groter en sterker zijn dan hij. De meeste Jacks zijn erg leergierig en graag met de baas bezig ofschoon ze ook erg zelfstandigkunnen zijn. Omdat het loslaten van voorwerpen voor de Jack niet van nature komt, is het raadzaam dit al in een vroeg stadium aan te leren door het teug laten brengen van voorwerpen (apporteren) anders moet je de rest van je leven je balletje zelf gaan halen....

Steeds vaker wordt in de gedragstherapie de diagnose 'hyperactief' gegeven. In het geval van de Jack is dat meestal een onjuiste. Hyperactiviteit (vergelijk met ADHD bij mensen) is aangeboren en hyperactieve Jacks zijn vaak zo geworden omdat ze te weinig mentaal en fysiek uitgedaagdworden en vrijwel altijd door de verkeerde mensen om de verkeerde redenen worden aangeschaft. Getuige het groot aantal wat in dierenasiels belandt met agressieproblemen.

 

Basset hound

Deze van oorsprong Franse hond wordt gebruikt voor de jacht op klein wild. Hij is laagbenig ("bas" betekent "laag" in het Frans) en een afstammeling van de Basset Artésien Normand, ook wel bekend als Franse basset.

De basset is een rustige hond. Hij gaat graag wandelen en bij voorkeur los. Dat is voor veel mensen toch een probleem omdat hij wel enige training nodig heeft om niet direct het hazenpad te kiezen. Zodra hij gaat lopen, gaat zijn neus naar de grond en is daar ook zeer moeilijk vanaf te krijgen. Deze neus is dan ook uitstekend maar zorgt er ook voor dat zijn oren niet meer werken, ondanks hun grootte.

De basset blinkt niet uit in gehoorzaamheid. Hij leert traag maar met veel geduld, doorzettingsvermogen en veel voertjes is hem best wat bij te brengen. Straf en een harde opvoeding doen het niet voor de basset. Verder is het een stabiele hond met een groot aanpassingsvermogen en veel humor. Hij is zachtaardig en mild. Omdat de basset een meutehond is, is hij goed met meerdere honden te houden en daarom ook sociaal en tolerant naar andere honden. Alleen zijn is dan ook niets voor de basset.

Deze bijzondere hond is absoluut ongeschikt voor nette, ongeduldige mensen of mensen die een perfecte gehoorzaamheid verwachten.

 

Tibetaanse terriër

De Tibetaanse terriër mag zich verheugen in een groeiende populariteit. Het is natuurlijk maar de vraag of 'verheugen' hier een goed woord is. Wanneer de populariteit van een ras stijgt, komt dat meestal niet ten goede van de hond.

Het zal niet verbazen dat de Tibetaanse terriër zijn oorsprong heeft in Tibet. Hij had tal van taken, variërend van gezelschapshond voor de monniken tot herdershond. Een veelzijdige hond dus.

Ook in onze huidige maatschappij is de Tibetaan een gezelschapshond. Het is dan ook de vraag waar hij zijn toevoeging "terriër" aan te danken heeft. Hij heeft geen enkele gedragseigenschap die aan de terriër doet denken. Het is een hond met een goed aanpassingsvermogen; hij gaat graag mee op lange wandelingen maar vindt het ook prima als het een dagje niet zo uitkomt. Tibetanen zijn levendige, soms wat ondeugende, honden met een redelijk activiteitsniveau en wel wat terughoudend naar vreemden. Met kinderen zijn ze redelijk tot goed en ze zijn tolerantnaar andere honden. Verder heeft hij een intensieve vachtverzorging nodig.

De Tibetaanse terriër, die terecht is ingedeeld in de FCI-groep Gezelschapshonden, slaat zeker geen gek figuur bij verschillende onderdelen van hondensport zoals G&G, behendigheid en flyball. Hij vindt het leven één groot feest zolang het maar samen met de baas is!

 

Chihuahua

 

De Chihuahua komt uit Mexico en werd gebruikt als heilig offer. Na het uitroeien van de Azteken rond 1500 verdween ook de voorloper van de tegenwoordige Chihuahua uit beeld. Honderd jaar later werd hij herontdekt. In 1923 werd de kortharige variant erkend en pas zo'n veertig jaar later de langharige.

De Chi is een actieve hond met een onderzoekendkarakter. Hij is slim en heeft een grootprobleemoplossend vermogen. Hij is een meester in hetmanipuleren van zijn omgeving. Sommige Chi's lijden aan grootheidswaanzin en vallen zonder meer honden aan die vele malen groter en sterker zijn dan hen. Hij moet dan toch even tegen zichzelf beschermd worden. Doe dit niet door hem op de arm te nemen want dan krijgt hij nog meer kapsones. De Chi moet - net als elke andere hond - opgevoed worden. Ondanks zijn eigenzinnigheid leert hij snel en kan goed meedraaien in de gehoorzaamheid. Ondanks zijn korte pootjes is hij heel goed in staat om op eigen benen te staan. Helaas is de Chi een hond bij uitstek die gedragen wordt .... Behandel hem als hond en niet als een Barbie!

Naar vreemden kan de Chi zich soms wat eenkennig opstellen. Met andere dieren gaat hij in de regel goed om en is ook zeer geschikt om met meerderen gelijk te worden gehouden. Ze hoeven niet zo nodig naar buiten, zeker niet als het regent. Maar ze kunnen best flinke wandelingenmaken, zijn gek op een balletje en rennen vol overgave.

De Chi is geschikt voor gehoorzaamheid, spelen en wandelen. Hij heeft een hoogactiviteitsniveau, waakt goed en heeft een goede gehoorzaamheid. Hij is minder geschikt voor tetoegeeflijke mensen en kleine kinderen. Ze kunnen niet zo goed alleen zijn en ook angst komt nogal eens voor.

Helaas heeft ook dit ras te maken met een toenemende mate van populariteit voornamelijk overgewaaid vanuit Amerika. Hondjes die je als accessoire gebruikt en als ze niet meer in de mode zijn, doe je ze weg. Net zo makkelijk. Als een handtas die je niet meer bevalt. Een ontwikkeling waar de broodfokker zijn slag uit slaat. Juist omdat deze honden zo klein is, is het fokken van gezonde exemplaren echt een vak. Koop je Chihuahua pup bij een goede fokker!

 

Labrador

De Labrador retriever is zonder meer de meest populairehond. Al jaren. In 2009 waren er 3491 ingeschreven in het stamboomregister, bijna twee keer zoveel als de ook populaire Golden retriever en anderhalf keer zoveel als de Duitse herder.

De Lab is ingedeeld in rasgroep 8 en behoort tot één van de acht retriever-rassen (naast de Golden, de Flatcoated, de Novia Scotia Duck Tolling, de Curlycoated en de Chesapeake bay). Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat hij vanapporteerspelletjes en water houdt. Zijn grote populariteit dankt hij ongetwijfeld aan zijn hoge prikkeldrempel; een agressieve Lab is een bijzonderheid. Toch heeft ook hij vier hoektanden en zal die gebruiken als hij het nodig vindt. En zo hoort het ook want zelfs een Lab hoeft zich niet alles te laten welgevallen. Mijn mening is dat hij zelfs in sommige gevallen te tolerant is en wel eerder zou mogen dreigen.

De Lab komt, anders dan zijn naam doet vermoeden, uit Newfoundland. Rond 1700 werden er twee typen honden gesignaleerd: het grotere, zwaardere slag met veel haar; de huidigeNewfoundlander en een kleiner, leniger slag met korter haar; de voorloper van de huidige Lab. In 1903 werd de zwarte kleur als ras erkend, pas rond 1950 kwam erkenning voor de gele en nog later de bruine.

De echte Lab is een stabiele, rustige zelfs stoïcijnse hond. Echter, als we om ons heen kijken is dat type toch eerder uitzondering dan regel tegenwoordig. Dat is ook de reden dat hij steeds mindergebruikt wordt als blindengeleidehond. De Lab heeft een enorme "will-to-eat" wat erg handig is in de training. Een gemiddeld exemplaar is niet erg onder de indruk van een correctie, met name in de nek zijn ze vrij ongevoelig. Ze hebben een gemiddeld leervermogen en een goede gehoorzaamheid.

De Lab gaat goed met andere dieren en mensen om. Hij heeft de instelling "hoe meer zielen, hoe meer vreugd". De Lab heeft redelijk tot veel beweging maar daarbij een groot aanpassingsvermogen dus als het een dagje niet uitkomt om een flinke wandeling te maken, zal hij daar zeker niet onder lijden. Hij is binnen rustig en buiten actief en geschikt voor bijna alles, behalve bewaking.

Er komen steeds meer niet-rasspecifieke problemen voor bij de Lab zoals hyperactiviteit(bruine), agressie (zwarte reuen) naar honden, agressie (blonde) naar mensen. Ook honden die niet willen of kunnen leren, geen binding hebben met de baas of ziekelijk vraatzuchtig zijn. Deze problemen zijn deels te danken aan de grote vraag naar deze hond en daaraan gekoppelde ongecontroleerde fok. Dat is jammer want een Lab is een fijne hond!

Labrador pups vinden veel mensen erg vertederend. Zelfs als de Labrador niet jouw hond is, kan je hart smelten bij het zien van de billboards van het Koninklijk Nederlandse Geleidehonden Fonds. Ook het feit dat pups vaak prijken op covers van tijdschriften doet het ras geen goed.

 

Golden retriever

De Golden retriever is, samen met de Labrador, een erg populaire hond. Hij stond jarenlang op de eerste plaats maar sinds 1998 is het gelukkig weer enigszins tot normale proporties teruggedrongen.

De Golden is nauw verwant aan de Flatcoated retriever en de grondlegger voor de huidige Golden ligt in een nest geboren in 1864. Hij werd gebruikt als jachthond na het schot om dood en gewond wild op te sporen en te apporteren.

De Golden is intelligent, zachtaardig, stabiel en werklustig. Helaas zien we tegenwoordig steeds meer witte vachtkleuren waarbij de werklustig haast volledig verdwenen is; ze weten niet meer wat apporteren is. Uiteraard bespreek ik hier de originele, goudkleurige, variant. De Golden is eenvriendelijke en gevoelige hond en nooit te beroerd om te werken. Letterlijk en figuurlijk een gouden hond!

De Golden is geschikt voor jacht, gehoorzaamheid, behendigheid en diverse soortenhulpverlening. Ze hebben veel beweging nodig, zijn binnen rustig en buiten actief. Ze wakenredelijk en zijn beslist ongeschikt voor inactieve, harde mensen. Ze zijn goed met kinderen en andere honden en blinken uit in gehoorzaamheid.

Helaas komen er steeds meer niet-rasspecifieke eigenschappen voor zoals nervositeit, angst(agressie) en overdreven felheid. Jaren geleden heeft het ras te kampen gehad met het zogenaamde Rage-syndrome.

Bij oudere Goldens komt een oogafwijking voor die Horners syndrome heet. Daarbij trekt het oog zich iets terug in de kas, het buitenste ooglid zakt en het binnenste ooglid komt sterk omhoog.

Laat je niet gek maken door advertenties waar je Golden retriever pups thuis worden bezorgd. Een goede pup komt van een verantwoorde fokker. Deze laat graag in zijn keuken kijken. Ga dus naar een goede fokker en laat de broodfokker links liggen.

 

Bull terriër

De Bull terriër, Amerikaanse Staffordshire terriër en de Engelse Staffordshire terriër behoorden eens tot hetzelfde ras en hadden hetzelfde gebruiksdoel: eerst bullebijters, daarna ingezet in hondengevechten.

De eerste tentoongestelde hond was helemaal wit met een lang, gestroomlijnd hoofd, vermoedelijk een kruising tussen de Bulldog en een Old English White terriër. Er wordt verondersteld dat er later Dalmatiër, Greyhound en Pointer ingekruist is. Zijn taken veranderden in die van waker en beschermer. Zijn weinig aantrekkelijke bijnaam Gladiator veranderde naar Witte cavalier.

Bull terriërs zijn vriendelijk, vrolijk en spontaan. Ze zijn eigenzinnig, niet eenkennig en meestal ongehoorzaam. Hij lijkt in eerste instantie wat dommig maar dat komt omdat ze enormgemotiveerd moeten worden iets te doen. Als een Bull terriër niet wil lopen, blijft hij gewoon staan. Het duurt gewoon even voordat het kwartje valt. De omgang met andere honden, zeker als het om reuen, gaat niet makkelijk. Dat komt ook wel doordat de gezichtsuitdrukking en het typische hoofd moeilijk te lezen is. Het kunnen dan ook behoorlijke vechtersbazen zijn die moeilijk uit een gevecht te halen zijn.

Bij de witte Bull terriër komt een- of tweezijdige doofheid voor. Gedragsmatig komen nog wel wat problemen voor. Hij kan snel neurotisch en dwangmatig gedrag vertonen zoals staartjagen, het vangen van onzichtbare vliegen of het kluiven op poten of andere lichaamsdelen. Een specifiek probleem is het Moonwalking.

Border collie

De oorsprong van de Border collie ligt in hetgrensgebied tussen Schotland en Noord-Engeland, de Borders genoemd. Daar wordt al bijna duizend jaar de schapenkudde gehoed door honden. Zoals bij alle werkhonden, vond selectie plaats op basis van werkkwaliteiten; uiterlijk deed niet ter zake.

De Border staat eigenlijk nog heel dicht bij dewolf. Het schapendrijven is niets anders dan jagen maar dan zonder te doden. De Border doet in zijn eentje waar een wolf een heel roedel voor nodig heeft. Ook in zijn lichaamstaal lijkt hij erg op de wolf getuige het in onze ogen extremedeemoedsgedrag en zijn overduidelijke sluipen.

Gehoorzaamheid aanleren bij een Border collie is vrij eenvoudig vooral omdat hij een grote passievoor werken heeft. Hij zal dan ook graag laten zien hoe hij nog mooier, langer en beter kan zitten; herhaling is voor de Border geen tijdverspilling maar werk. Borders leren razendsnel dus ook ongewenst gedrag. Vanwege hun grote behoefte aan fysieke (maar zeker ook mentale) beweging, hebben ze echt niet voldoende aan een uurtje wandelen of fietsen. Een goede Border-baas moet wel wat meer uit de kast trekken.

De Border is aanhankelijk voor zijn familie maar naar vreemden enigszins terughoudend. Metkinderen gaan ze in de regel goed om al wil de Border ze nog weleens zien als schapen en ze bijeen drijven (eventueel gepaard met bijten in kuiten). Aangezien dit gedrag aangeboren is, kun je trainen tot je een ons weegt maar het gaat er niet uit. Leer hem dus al vroeg wat hij wel en niet mag drijven en hoeden.

De Border is een veelzijdige hond en vrijwel geschikt voor alle soorten werk. Hij heeft zeer veel beweging nodig, een hoog activiteitsniveau en waakt redelijk. Deze hond is beslist ongeschiktvoor de beginnende hondeneigenaar of mensen die denken een makkelijke hond in huis te hebben. Ook luie mensen kunnen beter niet aan een Border beginnen. Ze gaan goed met andere honden om ofschoon het besluipen en fixeren wel gezien wordt als teken van agressie door andere honden.

Met dank aan Monique Appels kijk ook eens op haar website, www.hondenuniversiteit.nl

De Australische Labradoodle

De Australische Labradoodle is ontwikkeld om hulpbehoevende mensen die ook allergisch waren toch een geleidehond aan te kunnen bieden. In de jaren 80 werd er een serieus fokprogramma gestart om de Labrador en de Poedel te kruisen. De nieuw ontstane hond kreeg de naam Labradoodle. De in Australië wonende Rutland Manor en Tegan Park  waren de eerste fokkers van deze hond.

Labradoodle.jpg
 
De Australische Labradoodle is een fantastische gezelschapshond. Ze zijn speels, intelligent, enthousiast, zachtaardig, gevoelig, energiek, intuïtief en dol op kinderen.
Bovendien hebben ze een niet verharende vacht die ook nog eens reukvrij en allergievriendelijk is.
Er bestaat veel onduidelijkheid over het juiste gebruik van de naam Labradoodle.
Dit zijn de verschillen: Een Labradoodle is een kruising tussen een Poedel en een Labradoodle of het is een kruising van twee Labradoodles. Hun vachten zijn niet altijd hypoallergeen, en ook het uiterlijk van deze honden is iets anders dan dat van de Australische Labradoodle.

De Australische Labradoodle kwam tot stand doordat er verschillende andere rassen doorheen gemengd zijn. ( de zgn infusions) Dit waren de Curly coated Retriever, de Amerikaanse en Engelse Spaniel en de Cocker Spaniel. Deze honden zijn er eenmalig doorheen gekruist. Dit werd heel zorgvuldig en weloverwogen gedaan om bepaalde eigenschappen en kenmerken eruit te fokken of juist erin aan te brengen.
De Australische Labradoodle is de hond zoals de grondlegsters Rutland Manor en Tegan Park voor ogen hadden en waaraan 21 jaar hard is gewerkt. Dit is de hond die behalve zijn schitterende uiterlijk en lieve karakter ook nog eens een 98% allergie vrije en niet verharende vacht heeft.

Infobron: Arienne Heuker of Hoek, Gooische Doodles